← Terug naar de voorpagina
Buitenland

Senegal worstelt met plastic afval ondanks verbod

Senegal worstelt met plastic afval ondanks verbod

In Dakar beloven wetten een schoon strand, maar de realiteit ligt er vol plastic zakjes bij. Modou Fall trekt een pak aan van wegwerpzakjes en begint elke dag opnieuw zijn strijd.


Het witte zand van de baai van Hann zou uitnodigend moeten zijn, maar ligt bedolven onder plastic rommel. Wat hier gebeurt, speelt zich af langs de hele West-Afrikaanse kust: vier van de vijf plastic verpakkingen worden nooit netjes opgeruimd. Ze belanden op open stortplaatsen, gaan in vlammen op of drijven de zee in.

De steden groeien snel, meer mensen betekent meer afval, en goedkoop wegwerpplastic maakt het probleem alleen maar groter. Er is te weinig ophaalcapaciteit, geen degelijke verwerking, en de natuur betaalt de rekening.

Modou Fall kon er niet meer tegen. Na zijn tijd bij het leger werd hij geen gewone burger, maar wat hij zelf een soldaat van het milieu noemt. Hij loopt door Dakar in een pak gemaakt van honderden gekleurde plastic zakjes. Daarmee trekt hij aandacht, gaat hij het gesprek aan, ruimt hij stranden op en geeft hij les op scholen. Bij de overheid klopt hij aan met één boodschap: dit moet anders.

Zijn vijand heeft een onschuldig uiterlijk: doorzichtige zakjes drinkwater van een halve liter, verkocht voor nog geen euro. In de hitte van de stad zijn ze overal, en na gebruik verdwijnen ze nergens. Modou noemt ze sluipmoordenaars. Vierhonderd jaar duurt het voordat ze vergaan, en ondertussen vallen ze uiteen in onzichtbare stukjes die in vis terechtkomen en zo ook op ons bord.

Sinds 2020 heeft Senegal officieel een verbod op wegwerpplastic. Toch liggen de winkelschappen nog vol met plastic bekertjes, tasjes en waterzakjes. De wet bestaat, maar de handhaving hapert. Modou vermoedt dat veel zakjes zonder vergunning worden gemaakt. Onlangs sloot de politie meer dan tien illegale fabrieken in de buitenwijken, maar de handel gaat gewoon door. Er hangt geld aan, er zijn banen mee gemoeid, en daardoor houdt het systeem zichzelf in stand.

Volgens de Wereldbank is wetgeving alleen niet genoeg. Je hebt samenwerking nodig: overheid, bedrijf en burger moeten aan dezelfde kant staan. In Senegal gebeurt dat nu voorzichtig. Vorige maand kwamen verschillende partijen samen om gezamenlijk de vervuiling aan te pakken.

Dat het kan, bewijst Modou zelf in Guédiawaye. Daar heeft hij een voormalige vuilnisbelt omgetoverd tot een groene plek waar mensen samenkomen. Hij geeft workshops, en omdat een werkende circulaire economie nog toekomstmuziek is, bedenkt hij zelf nieuwe functies voor oud plastic. Lege waterflessen worden bloempotten. Een plant cadeau geven wordt ineens leuker, zegt hij.

Zijn pak van zakjes symboliseert de boodschap: plastic kent geen grenzen, het waait overal heen. Als het zo doorgaat, liggen straks alle stranden vol. Maar Modou blijft geloven in verandering. Sta op, zegt hij, en laten we dit samen oplossen. Het kan echt.