Dinsdagavond botsen Frankrijk en Spanje op elkaar in de halve finale. De voetbalwereld houdt de adem in — dit kan weleens mooier zijn dan de échte finale.
Bondscoach Luis de la Fuente noemt het zelf al 'de finale voor de finale'. En hij staat niet alleen. Supporters, analisten, cijferaars: iedereen verwacht een spektakelstuk.
De buren hebben de afgelopen jaren genoeg vuurwerk geleverd. Vorig jaar juni eindigde het in de Nations League in 5-4 voor Spanje. Een jaar eerder op het EK 2024 wonnen de Spanjaarden met 2-1, dankzij een wondergoal van Lamine Yamal.
Die Yamal, net negentien geworden, stak na de kwartfinale tegen Marokko direct de nek uit: "Als Frankrijk voor iemand bang moet zijn, dan is het voor ons." Ploeggenoot Nico Williams knikte instemmend. "Arrogantie? Nee, zelfvertrouwen." Williams worstelde met zijn fitheid, maar lijkt nu klaar voor de basis. Extra wapen.
De cijfers steunen het blufspel. Spanje speelde sinds 2024 al 36 wedstrijden zonder nederlaag — een nationaal record. En die verdediging: pas één tegentreffer dit WK, tegen België in de kwartfinale. In zes duels lieten ze gemiddeld maar iets meer dan één schot op doel toe. Het laagste gemiddelde ooit gemeten, sinds 1966.
Maar die muur krijgt nu te maken met de aanvalsmachine van Frankrijk. Bijna acht schoten op doel per duel — ook een historisch record. Kylian Mbappé staat op acht goals dit toernooi, twintig in totaal op WK's. Naast hem Gouden Bal-winnaar Ousmane Dembélé en assistkoning Michael Olise, goed voor vijf assists.
Die drie stonden er ook bij toen het vorig jaar 5-4 werd. Revanche — Frans woord, Franse honger.
Toch geen oorlogstaal bij de Fransen zelf. Verdediger Maxence Lacroix over Yamals uitspraken: "Hij is een heel goede speler. We moeten ons werk goed doen." Collega Ibrahima Konaté: "Hij mag zeggen wat hij wil. We hoeven niet bang te zijn, maar vooral nederig te blijven."
Of het ook echt zo'n spektakel wordt? Dat blijkt dinsdagavond. De supercomputer van Opta geeft Frankrijk de grootste kans op de titel: 34 procent. Spanje volgt met 23 procent, Engeland 22, Argentinië 21. Dus ja, dit ís de finale voor de finale.